geel fwietfwiet


ik werd ver­liefd op dit mijn­heert­je op een rom­mel­markt. en nog meer toen hij zijn stem­met­je liet horen. vreemd genoeg heeft ie zijn naam nog niet verk­lapt. alles op zijn tijd. maar onder­tussen zingt ie wel vrolijk fwi­et fwi­et wan­neer ik de trap op ga.

who needs chocolate?

vanocht­end heb ik een week­je vri­jheid inge­last. een week vrij van choco­lade. de regel is: snoepen mag, maar niets met choco­lade. en dat is best moeil­ijk aangezien mijn snoepvoor­raad 90% uit choco­lade bestaat.

dus als de lunch een coupe vanille-ijs met aard­beien aan­biedt, zal ik daar goed van smul­len. het moeil­ijke moment is de goest­ing in iets. en dan is het gri­jpen naar kant en klare ver­snaperin­gen met choco­lade een gemakke­lijke oploss­ing.
maar van­daag dus niet.

en dat opent deuren. of eerder gezegd bladz­i­j­den, van kook­boeken. naarstig op zoek naar ‘iets lekker’ als avond­s­noep­je. na een half uur bladeren was ik bij­na verzadigd door het kijken naar de pren­t­jes en het lezen van de titels. en ook ont­moedigd, want er is alti­jd wel een belan­grijk ingrediënt dat er net niet is. ver­mengd met ‘zou ik er wel aan begin­nen, want het is toch best wat werk’-gevoel.

de keuze viel op geroos­t­er­de perziken met fram­bozen­saus. wel ik had maar 1 perzik en de fram­bozen heb ik gevist uit de diepvrieszak rode vrucht­en. verder een beet­je hon­ing, suik­er, aman­de­len en sinaas­ap­pel­sap. en ter­wi­jl de perzik twintig minuten gaarde in de oven, deed ik de afwas. om daar­na mijn over­win­ning vinger­likkend te vieren.

#RW11 ontbijt dilemma

Honger. Dilem­ma. Ik wil mijn keuken niet in. Het is een heuse Rock Wer­chter dag 4 puin­hoop. Het is dus niet nodig op de wei te zijn om van het wei­d­se te geni­eten. Een afwas­ma­chine is welkom. Of een pyg­mee. Maar die dis­cussie sleept allang aan wegens ethis­ch niet ver­ant­wo­ord en ille­gaal enzo van die din­gen.

Dus nu heb ik de keuze tussen een wan­del­ing van 3km en een authen­tiek Rock Wer­chter ont­bi­jt van ham­burg­ers, kebab of spek met eieren te gaan scoren óf toch mijn wilskracht aan te manen en eten te sprokken in de keuken. Dilem­ma.

Alleen in Limburg

Ik heb gis­teren nog eens een keert­je over­nacht in een bed op Lim­burgse bodem. Een wonen-en-werken-in-Lim­burg try-out. Ik kon een uurt­je langer slapen — ik werd zelfs wakker voor het alarm­sig­naal van de wekker me wakker kon schud­den. Met een lome tred ben ik opges­taan, onder de douche gekropen en een ver­fris­send ocht­en­dritueel uit­gevo­erd. Out­fit van de dag kiezen met een paar wis­sels. Ik heb tijd, ik moet geen trein halen. Daar­na rustig ont­bi­jten — zit­tend aan tafel met zicht op de oran­je ocht­end­gloed.
8u30. Pri­ma, mooi op tijd. Vol­gen­de fase: auto pen­de­len. Het rijdt vlot op de snel­weg. De muziek op de radio is leuk. De zon schi­jnt.

Afrit 29 Has­selt-Oost. Luik­er­steen­weg, aan­schuiv­en. Geen prob­leem, denk ik dan, ter­wi­jl ik de radiozen­ders afschuim, op zoek naar goeie muziek zon­der gezev­er. Vijf minuten lat­er, vijftig meter verder. Miss­chien had ik toch beter een andere afrit genomen, spookt het door mijn hoofd. Deze weg zit blijk­baar vast wegens de werken. Maar ja, ik zit er nu in, dus ik moet er door.

Ik kijk naar de gebouwen langs de weg en besef dat de her­aan­leg­ging van die steen­weg de omgev­ing anders doet aan­voe­len. Het is net alsof de gebouwen plots trots naast de weg staan en niet meer ineengekrompen zich wil­len ver­ber­gen in de schaduw.

Tien minuten verder, halfweg. Mijn link­er­been begint pijn te doen. Filer­i­j­den is dus het kop­pel­ingspedaal voort­durend op de bodem houden. Zo niet fijn. Waarom doen mensen dat dagelijks? De kwaliteit op de radio is belab­berd. Radio Scor­pio nation­aal! schree­uwt iets in mij.

De ver­keer­slicht­en op het kruis­punt met de ‘grote ring van Has­selt’ komen in zicht. En plots schi­et de rij auto’s voor mij vooruit. Aha, het gaat hier opeens vooruit. De auto’s dansen als de zwa­nen in het Zwane­meer mooi achter elka­ar naar het tweede rijvak.En dan zie ik hem. Het oran­je stofzuig­camion­mon­ster dat op zijn ijzig­ste gemak de goot grondig uitkuist en tot een paar sec­on­den gele­den het — toen nog — één­baans­vak gijzelde. Alleen in Lim­burg, denk ik dan.

olifant ‘Au’ of hoe lezen me vrolijk maakt

Toen de zon door zijn raam naar bin­nen scheen werd de olifant wakker.
Hij zei ‘Au’, voelde voorzichtig aan de builen op zijn hoofd, draaide zich op zijn zij, zei nog een paar keer  — nu iets hard­er — ‘Au’ en stond op.
Hij rek­te zicht uit en nam zich voor nooit meer in een boom te klim­men, wat er ook gebeur­de, en hele­maal nooit meer te val­len.

Dit citaat zijn de eerste zin­nen van het eerste ver­haal in het boek “Het wezen van de olifant” van  Toon Tel­le­gen, uit­gegeven bij Queri­do. En dat heb ik net gekocht. En dat ga ik lekker lezen.

olifant ‘Au’ of hoe lezen me vrolijk maakt

Toen de zon door zijn raam naar bin­nen scheen werd de olifant wakker.
Hij zei ‘Au’, voelde voorzichtig aan de builen op zijn hoofd, draaide zich op zijn zij, zei nog een paar keer  — nu iets hard­er — ‘Au’ en stond op.
Hij rek­te zicht uit en nam zich voor nooit meer in een boom te klim­men, wat er ook gebeur­de, en hele­maal nooit meer te val­len.

Dit citaat zijn de eerste zin­nen van het eerste ver­haal in het boek “Het wezen van de olifant” van  Toon Tel­le­gen, uit­gegeven bij Queri­do. En dat heb ik net gekocht. En dat ga ik lekker lezen.

stemt tot nadenken

Ik doe het iedere dag. Soms wel meer dan één keer. Het zou onder­tussen wel een gewoon­te moeten zijn, iets evi­dent, een ondo­or­dachte han­del­ing. En toch iedere keer weer, als ik het doe, stemt het tot nadenken.

Ochtend avontuur

Ik werd vanocht­end wakker met een warm loom gevoel en keelpi­jn. Trok mijn pyja­ma uit en zocht troost bij het naak­te lichaam van de man naast me in bed. Nam een hete douche en koos een kled­ing com­bi­natie van fushia blauw en paars uit mijn kleerkast. Snuis­ter­de door de verza­mel­ing hand­tassen en vond mijn ver­loren gewaan­de usb stick en iden­titeit­skaart terug. Snoepte op weg naar het sta­tion van een take away cap­pu­ci­no en een boterkoek. Droomde op de trein weg met een aan­tal uit­gescheur­de artikels. Stu­ur­de wan­de­lend smsjes en bekeek eta­lages. Zag de pun­ten van mijn schoe­nen en besefte weer eens dat die wel eens een grondi­ge opknap­beurt kun­nen gebruiken. Ont­dek­te in de begi­jn­hof­tu­in een zwarte box met open ingang. Zag de Z33 kamion­jet en realiseerde dat het defin­i­tieve afscheid van Time Tomb nu was. Wan­delde de 3 trap­jes op, duwde de bru­ine deur open en hield mijn medew­erk­er­skaart voor de tikklok. Tuu­ut, andere wereld.

half drie scheen het roodijs

Ik werd wakker in het mid­den van de nacht. Ik las ‘Rood­i­js’, het stond in mijn hersen­pan gebrand. Ik draaide me om en keek naar de wekker. Half drie scheen het rood.

Mijn ogen gle­den naar hem. Hij lag naakt en onbe­dekt, weg van mij. Benen opgetrokken, een hand tussen de knieën. Ik trok het lak­en over hem heen en kuste de zachte huid van zijn schoud­er. Ik draaide me om en schreef in mijn dromen op een herin­ner­ingspa­piert­je ‘Rood­i­js’.

ideeën.spuien.vrijheid

Ik kweek ideeen. En ik doe dat met veel liefde en genot.

De voor­bi­je weken had ik het gevoel dat de ideeën waren opges­loten in een gevan­genis in een woesti­jn ver ver weg. Onhoor­baar. Zo ver weg dat er zelfs (bij­na) geen herin­ner­ing over­leeft.

Maar sinds gis­teren hebben ze weer van de vri­jheid geproefd, die ideeën. Het lev­en is zo zoveel beter. Ideeën spuien, gekke hersenkro­nkels mak­en, pure vri­jheid.